Weetje 1: Er is een Nationale Krokettendag

Sinds 2014 vieren we op 9 oktober Nationale Krokettendag. Niet zomaar een willekeurige datum: het was de verjaardag van Johannes van Dam, de culinair journalist en kroketliefhebber, die in 2013 overleed. In 2014 kwam zijn laatste werk uit: Het Krokettenboek. Daarmee wil hij de kroket hoger op de gastronomische ladder krijgen én beschrijft hij hoe het nou écht zit met het ontstaan van de kroket.

Weetje 2: Lodewijk XIV en Koning Willem I aten al kroketten

Van Dam schrijft dat de ‘croquet’ voor het eerst opduikt in een beroemd kookboek van François Massialot, die kok was voor de Franse adel in de tijd van Lodewijk de Veertiende. In het boek uit 1705 (eerste druk 1696) beschrijft hij hoe hij een rijke vulling van losse ingrediënten bindt met geweekt broodkruim, roomkaas, room en eieren, dan paneert en vervolgens bakt in reuzel. Het resultaat is een luxe gerechtje, ter grootte van een ei. Misschien wel als eerst geproefd door de Zonnekoning zelf. In Nederland was het de kok van Koning Willem I die voor het eerst een kroketrecept opschreef, rond 1850. Adellijke kroketten, daar begon het mee.

Weetje 3: Banketbakkers bedachten het ‘kroketten trekken’

In Nederland waren het voornamelijk banketbakkers die de hartige hap bij het grote publiek op de kaart zetten, begin vorige eeuw. Omdat bakkers in die tijd hun zaken moesten sluiten om zes uur, konden ze ’s avonds net niet meer het hongerig publiek bedienen. Ze bedachten speciale luiken, waardoor gasten hun kroket konden afhalen zonder dat ze de winkel hoefden te openen. De voorloper van wat wij nog steeds kennen als snackmuur. Na de Tweede Wereldoorlog werd de kroket een echte snack in Nederland.

Begin vorige eeuw zette de banketbakkers de hartige hap bij het grote publiek op de kaart.

Weetje 4: We eten zo’n 300 miljoen (!) kroketten per jaar

Sindsdien is de kroket enorm populair in ons land. Hoewel het niet meer de meest gegeten snacks is (dat is de frikandel), gaan er jaarlijks nog steeds zo’n 300 miljoen van in het vet (of nu: de oven of Airfryer). Dat komt neer op zo’n 25 kroketten per persoon, per jaar. En dat zijn allerlei soorten kroketten: van vega tot rundvlees en van kalfs- tot goulashkroketten. Bekijk hier ons assortiment.

Weetje 5:  … maar je kunt er ook 68 per uur eten

Tenminste: dat deed Jaap ter Naam in 1998. Daarmee vestigde hij een wereldrecord.

Weetje 6: Sommige raadsleden hebben recht op een kroket

In 1993 verveelde oud-premier Jan Peter Balkenende zich in de Gemeenteraad van Amstelveen en diende hij voor de grap een motie in: hij vond dat gemeenteraadsleden recht hadden op een kroket als een vergadering tot na 23 uur zou duren. Omdat de raadsleden ermee instemden, werd de krokettenmotie aangenomen. Ook in andere gemeenten werd de ‘raadskroket’ ingevoerd (en soms, na een verhitte discussie, weer afgeschaft).

Weetje 7: ‘Draadjes’ en ‘blokjes’ verdelen het land

Onder de rivieren eten mensen draadjesvleeskroketten en boven de rivieren, zeker rond Amsterdam, kiezen ze voor blokjesvleesvulling. Zo zwart-wit is het anno 2021 niet meer, maar er is nog steeds een regionaal verschil in voorkeur. In het zuiden bereidden mensen hun kroketten vroeger vaak zelf, met lang gegaard vlees (draadjesvlees): de slagerskroket. In het westen aten mensen ‘patissierskroketten’, die werden bereid met blokjes vlees door de ragout. Dat vertaalt zich nog steeds in kamp blokje en draadje: in Amsterdam zijn de Van Dobben kroketten populair, maar ook de draadjesvleeskroketten van Kroketterij De Bourgondiër veroveren een steeds groter deel van Nederland.

Afbeelding
kroket open

 

Weetje 8: Een croquet is een kroket (met een chique naam)

Sinds 1994 is ‘kroket’ de enige officiële naam (spelling) voor de snack. Croquetten bestaan ook nog, maar dat zijn in feite dezelfde snacks met een luxere uitstraling en een niet-officiële naam. Bestel je in België trouwens een kroket, dan krijg je waarschijnlijk de aardappelvariant.